Het belang van lokale en Inheemse Kennis
Inheemse groepen hebben vaak een lange geschiedenis in het gebied waar zij wonen en zorgen voor hun levensonderhoud. Zowel Inheemse groepen als andere lokale bewoners – bijvoorbeeld lokale kleinschalige boeren, veehouders en vissers – hebben vaak veel gedetailleerde kennis van hun leefomgeving. Ze bouwen voort op kennis die van generatie op generatie doorgegeven wordt, en ontwikkelen die verder door middel van observaties, experimenten, en het delen van kennis met onder andere landbouwvoorlichters [1]. Daardoor begrijpen ze goed hoe veranderingen, zoals klimaatverandering, hun omgeving beïnvloeden. Voorbeelden zijn veranderingen in de bloeitijd van bepaalde gewassen, of het verdwijnen van sommige diersoorten. Daarbij kunnen ze vaak goed onderscheid maken tussen eenmalige gebeurtenissen – een plotselinge hagelbui die de fruitoogst verwoest – en meer algemene patronen – bijvoorbeeld verschuivingen in de start van het regenseizoen [2].
Deze kennis is belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering op lokaal niveau beter te begrijpen. Grootschalige klimaatmodellen laten zien dat de aarde gemiddeld warmer wordt, maar deze opwarming is niet overal hetzelfde. In sommige gebieden in de wereld wordt het veel heter dan de gemiddelde opwarming, in andere gebieden lijkt de opwarming mee te vallen [3]. Dat betekent dat de invloed van klimaatverandering op bijvoorbeeld voedselproductie per gebied verschilt, en de aanpassingen die nodig zijn ook. Lokale en Inheemse kennis kan helpen om plaatselijke verschillen en hun oorzaken beter de begrijpen en draagt zo bij aan plaatselijke oplossingen. Ook als het gaat om het voorspellen van klimaatrampen zoals overstromingen en aardverschuivingen, laat onderzoek in Brazilië zien dat lokale en Inheemse kennis belangrijk is om risico’s beter te voorspellen [4]. Lokale oplossingen bestaan niet alleen uit aanpassingen in de landbouw of visserij. Het kan ook belangrijk zijn om de landrechten van lokale en Inheemse kustbewoners te versterken. Dit om te voorkomen dat zij plaats moeten maken voor nog meer hotels en andere bebouwing van de kust voor toerisme, waardoor natuurlijke bescherming tegen overstroming door duinen verdwijnt, zoals bleek uit hetzelfde onderzoek in Brazilië.
Leren over de Relatie tussen Mens en Natuur
Steeds meer wetenschappers en natuurbeschermers wijzen erop dat we veel kunnen leren van Inheemse volkeren over de diepe verbondenheid tussen mens en natuur. De scheiding tussen mens en natuur is een kunstmatige, en is nauw verbonden met de opkomst van het kapitalisme en kolonialisme. Natuur werd steeds meer gezien als iets waar geld aan viel te verdienen, bijvoorbeeld door het in te zetten als handelswaar – zoals door het delven van grondstoffen, of door bos te vervangen door plantages. Voor veel Inheemse volkeren is het idee van de mens als onderdeel van de natuur een belangrijk uitgangspunt van hun culturele, religieuze, sociale en economische praktijken, ook als ze wel meedoen aan de markteconomie door bijvoorbeeld de verkoop van landbouwgewassen [5]. Schade toebrengen aan andere soorten, betekent ook schade toebrengen aan de mens.
In deze tijd van een groeiende bewustwording van klimaatverandering en achteruitgang van de biodiversiteit, winnen begrippen als Pachamama, Moeder Aarde, aan populariteit, ook in het mondiale Noorden. Uit Europa komen steeds meer voorstellen om rechten te geven aan bijvoorbeeld rivieren en zeeën (https://www.ambassadevandenoordzee.nl), zoals bijvoorbeeld in Bolivia al het geval is. Ook natuurbeschermingsorganisaties vragen aandacht voor de Inheemse wereldbeelden, bestempelen Inheemse volkeren als de hoeders van biodiversiteit, en roepen op tot de bescherming van het leefgebied van Inheemse volkeren, als belangrijk instrument in de strijd voor de bescherming van biodiversiteit en tegen klimaatverandering (https://iucn.org/our-work/topic/indigenous-peoples). Dat klinkt als een terechte, zij het late, erkenning van de wereldbeelden van Inheemse groepen, maar deze erkenning is niet zonder risico’s [6]. Dezelfde (mondiale) economische processen die voor veel milieuschade hebben gezorgd, hebben ook veel schade toegebracht aan Inheemse groepen en lokale kleinschalige boeren, veehouders en vissers zelf. Zij verloren vaak hun leefgebied, of zagen hun gebied ernstig vervuild raken. Daardoor werden ze in een positie gedwongen waarin ze voor weinig geld moesten gaan werken, terwijl ze niet profiteerden van de winsten die gemaakt werden met het gebruik van hun natuurlijke hulpbronnen. Door hen vooral neer te zetten als klimaatbeschermers en biodiversiteitsbeschermers, levend in harmonie met de natuur, doen we geen recht aan het feit dat zij die natuur ook nodig hebben voor hun eigen levensonderhoud, en daarnaast misschien ook wel toegang willen tot goederen en diensten die hun levensstandaard kunnen verhogen. Ook gaan we voorbij aan het feit dat veel natuurbeschermingsgebieden in het mondiale Zuiden gecreëerd zijn door Inheemse en lokale groepen van hun land te verdrijven – en dat gebeurt nog steeds [7]. In plaats van natuurbescherming ‘uit te besteden’ aan Inheemse groepen, moeten we misschien juist in het mondiale Noorden leren om onze economieën natuur-inclusiever te maken en onze consumptiepatronen aan te passen [8].
Een ander risico heeft te maken met selectieve aandacht voor bepaalde (delen van) Inheemse groepen en hun kennis en wereldbeelden. Inheemse groepen die voor buitenstaanders duidelijk als zodanig herkenbaar zijn aan bijvoorbeeld kleding en gebruiken en in gebieden wonen met veel biodiversiteit, krijgen meer aandacht dan groepen die onderdeel zijn geworden van de hen omringende samenleving [9 ]. Het beschrijven van Inheemse groepen als ‘geboren natuurbeschermers’ kan ook stereotypering in de hand werken. Inheemse groepen worden tegenwoordig wel uitgenodigd voor grote internationale klimaatonderhandelingen en klimaatpanels, maar ze worden daar geacht met één stem te spreken; er is weinig aandacht voor diversiteit binnen de groepen [10]. De nadruk die op Inheemse groepen en hun leefomgeving wordt gelegd kan daarnaast ten koste gaan van de aandacht voor andere lokale boeren, veehouders en vissers die soms ook een heel lange geschiedenis hebben in bepaalde gebieden en eveneens lijden onder milieuschade en onteigening. Internationale organisaties hanteren specifieke definities van de term Inheems, en hoewel zelfidentificatie een steeds belangrijker criterium is geworden, kunnen deze definities soms leiden tot uitsluiting van bepaalde groepen die eveneens een diepe verbondenheid voelen met bepaalde gebieden [11]. Tenslotte bestaat er ook nog het gevaar van selectieve aandacht voor die onderdelen van Inheemse en lokale kennis die goed passen bij de wensen van natuurbeschermingsorganisaties en klimaatwetenschapers, waarbij andere kennis , of de wereldbeelden waar deze kennis onderdeel van zijn, genegeerd worden.
