Hoe uniek is het huidige krimpen van de gletsjers in de Alpen, ten opzichte van de afgelopen 2000 jaar?

Het huidige krimpen van de gletsjers van de Alpen is uniek omdat het verlies van ijs duidelijk sneller gaat dan we in de afgelopen 2000 jaar hebben gezien. Gletsjers veranderden altijd al mee met het klimaat, door veranderingen in neerslag en temperatuur. Dit ging alleen vóór de industriële revolutie duidelijk langzamer. De gletsjers van de Alpen groeiden voor het laatst rond 1980: toen voegden ze meer ijs toe door sneeuwval dan er verloren ging door smelten. In de Alpen, maar ook wereldwijd, verliezen de gletsjers sinds die tijd steeds meer en sneller ijs. Deze versnelling komt doordat het sneller opwarmt dan ooit.

#klimaatverandering #paleoklimaat #gletsjers #Alpen #cryosphere #klimaatgeschiedenis #klimaatvariabiliteit

Gletsjers veranderen mee met het klimaat omdat ze smelten door hogere temperaturen en groeien door neerslag die valt als sneeuw. Het groeien en krimpen van gletsjers vóór de industriële revolutie kwam ook door veranderingen in klimaat, maar dat werd toen alleen beïnvloed door natuurlijke factoren. Bijvoorbeeld hadden zonnecycli en de positie van de aarde ten opzichte van de zon een invloed op hoe veel straling er binnenkwam om de aarde te verwarmen. Vulkaanuitbarstingen hadden een invloed op de hoeveelheid deeltjes in de atmosfeer die straling weerkaatsen en zo voor afkoeling zorgen. Het groeien en krimpen van gletsjers is dus nooit willekeurig, maar afhankelijk van het klimaat.

Gletsjers meten

Metingen en directe informatie over gletsjermassa en -lengte in de Alpen hebben we vooral sinds het jaar 1600. Dit is in de vorm van beschrijvingen, schilderijen en de eerste regelmatige metingen van gletsjers. Voor de eeuwen daarvoor moeten we uitgaan van zogenaamde proxydata– fysieke veranderingen in de natuur die iets zeggen over variabelen als temperatuur, neerslag en gletsjerlengte. Een voorbeeld zijn morenes: puin en grond die door ijs zijn meegenomen en in bepaalde vormen zijn geduwd. Hieraan kan men zien hoe ver het ijs op bepaalde tijden reikte en hoe dik het was.

Een voorbeeld [van proxydata] zijn morenes: puin en grond die door ijs zijn meegenomen en in bepaalde vormen zijn geduwd. Hieraan kan men zien hoe ver het ijs op bepaalde tijden reikte en hoe dik het was.

Een andere indicator zijn boomringen. De dikte van een boomring wordt beïnvloed door temperatuur en geeft zo informatie over de temperatuur in een bepaalde periode. De rode lijn in Figuur 1 laat de temperatuur zien die is gereconstrueerd op basis van boomringen. Vanuit proxydata hebben we bewijs dat er gletsjers in de Alpen waren (zoals de grote Aletschgletsjer) die in de eerste eeuwen (jaar 0 tot 400) even klein waren als aan het einde van de 20e eeuw [1]. Figuur 1 geeft een overzicht van hoe gletsjerlengte en gletsjeroppervlak in de Alpen veranderd zijn in de afgelopen 2000 jaar. Aan de vraagtekens is te zien dat we niet over elke periode een duidelijk beeld hebben. We weten wel dat gletsjerveranderingen grotendeels komen door veranderingen in temperatuur en dat de temperatuur in de afgelopen 2000 jaar nog nooit zo snel is gestegen als in de afgelopen decennia [2].

Gletsjer massabalans verandering

Figuur 1: Veranderingen in gletsjers in de Alpen [1]. Lengte Grote Aletschgletsjer [3] (blauwe lijn boven), oppervlakte Mer de Glace [4] (blauwe lijn in het midden), zomertemperatuur geschat uit boomringen in de Alpen [5] (rode lijn onder 30 jarig gemiddelde, zwarte lijn 100 jarig gemiddelde). In warme periodes zijn gletsjers meestal korter dan in koude periodes. Let op! Stijgende lijnen geven krimpende gletsjers aan, dalende lijnen geven groeiende gletsjers aan!

Verandering in de massabalans: groei naar smelt

In Figuur 2 is een overzicht te zien van het gletsjermassaverlies van de afgelopen 50 jaar, afkomstig van metingen die zijn verzameld door de World Glacier Monitoring Service (WGMS) [6]. We kijken graag naar gletsjermassa of gletsjerdikte (massa per oppervlakte) in plaats van naar gletsjeroppervlakte of -lengte, omdat die het duidelijkst weergeven hoe de gletsjer zich ontwikkelt. In Figuur 2 [7] kijken we naar gletsjerdikte omdat we willen vergelijken hoe snel gletsjers wegsmelten. Tot 1985 hadden de Alpengletsjers regelmatig een positieve massabalans: er werd meer massa toegevoegd dan er smolt. Sindsdien verliezen de gletsjers bijna elk jaar massa, en dat gaat steeds sneller. Dit komt door de (steeds sneller) hoger wordende temperaturen, die ervoor zorgen dat er meer sneeuw en ijs smelt in de zomer en dat er meer neerslag valt in de vorm van regen, die vroeger in de vorm van sneeuw zou zijn gevallen.

Gletsjerdikte verandering

Figuur 2: Verandering van de gemiddelde gletsjerdikte in de wereld en in de Alpenregio (centraal Europa) sinds 1975. Alleen de globale en centraal Europa lijnen zijn dikgedrukt om de focus op de Alpen te laten zien en dat in het globale perspectief te zetten. Bron: naar een figuur van de Copernicus Climate Change Service [7]

Conclusie

Vergeleken met het wereldwijde gemiddelde (zie Figuur 2) hebben de Alpengletsjers snel en veel massa verloren sinds 1975: ze verloren ruim dubbel zo snel massa als gletsjers op aarde gemiddeld deden. De snelheid van verandering, zowel globaal als voor de Alpen, is absoluut uniek in de afgelopen 2 millennia.

Als we doorgaan met de huidige uitstoot van broeikasgassen is de prognose dat we in 2050 ongeveer 50% van de huidige gletsjermassa in de Alpen kwijt zijn [8]. Als we nu zouden stoppen met de uitstoot zouden we in 2050 alsnog 40% verloren zijn, omdat gletsjers langzaam reageren. Het smelten wat we nu zien is een reactie op de verwarming van de aarde van de afgelopen decennia.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Deze vraag is beantwoord door: Larissa van der Laan
Reviewer: Tijn Berends
Redacteur: Gerrit Burgers
Gepubliceerd op: 21 december 2024
Wat vond je van dit antwoord? Geef ons je mening

[1] Solomina, O. N., Bradley, R. S., Jomelli, V., Geirsdottir, A., Kaufman, D. S., Koch, McKay, N. P., Masiokas, M., Miller, G., Nesje, A., Nicolussi, K., Owen, L. A., Putnam, A. E., Wanner, H., Wiles, G. & Yang, B. (2016). Glacier fluctuations during the past 2000 years. Quaternary Science Reviews, 149, 61-90. https://doi.org/10.1016/j.quascirev.2016.04.008

[2] PAGES 2k Consortium. (2013). Continental-scale temperature variability during the past two millennia. Nature Geoscience, 6, 339–346. https://doi.org/10.1038/ngeo1797

[3] Holzhauser, H., Magny, M., & Zumbuühl, H. J. (2005). Glacier and lake-level variations in west-central Europe over the last 3500 years. The Holocene, 15(6), 789-801 https://doi.org/10.1191/0959683605hl853ra

[4] Le Roy, M., Nicolussi, K., Deline, P., Astrade, L., Edouard, J. L., Miramont, C., & Arnaud, F. (2015). Calendar-dated glacier variations in the western European Alps during the Neoglacial: the Mer de Glace record, Mont Blanc massif. Quaternary Science Reviews, 108, 1-22. https://doi.org/10.1016/j.quascirev.2014.10.033

[5] Nicolussi, K., Kaufmann, M., Melvin, T. M., Van Der Plicht, J., Schießling, P., & Thurner, A. (2009). A 9111-year long conifer tree-ring chronology for the European Alps: a base for environmental and climatic investigations. The Holocene, 19(6), 909-920. https://doi.org/10.1177/0959683609336565

[6] World Glacier Monitoring Service https://wgms.ch/

[7] Copernicus Climate Change Service, Climate Indicators Glaciers https://climate.copernicus.eu/climate-indicators/glaciers

[8] Zekollari, H., Huss, M., & Farinotti, D. (2019). Modelling the future evo-lution of glaciers in the European Alps under the EURO-CORDEX RCM ensemble. The Cryosphere, 13(4), 1125-1146. https://doi.org/10.5194/tc-13-1125-2019

©De tekst is beschikbaar onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal, er kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Zie de gebruiksvoorwaarden voor meer informatie.